Jeffersons Bijbel

In 1819 schreef Jefferson aan William Short dat hij al een tijdje van plan was om een gedegen vergelijking tussen Jezus en de klassieke filosofen te maken. Short dacht dat Jefferson iets wilde publiceren over het onderwerp en moedigde hem aan te werken aan een goede samenvatting van de evangeliën. Het resultaat werd De Jefferson Bijbel, waarin selecties uit de evangeliën van vier Bijbelvertalingen – Oudgrieks, Latijn, Frans en Engels – in min of meer chronologische orde zijn geplakt.

Jefferson had de boeken die hij voor zijn persoonlijke Bijbel wilde gebruiken al meer dan tien jaar in huis. Tussen 1801 en 1805 bestelde hij per taal twee exemplaren van het boek, zodat hij de voor- en achterkant van de pagina’s in iedere taal kon gebruiken. De Engelse fragmenten haalde Jefferson uit de King James Version uit 1804, voor de Grieks-Latijnse fragmenten gebruikte hij de vertaling van Johannes Leusden uit 1794 en voor het Frans de vertaling van de J. F. Ostervald uit 1802-1803.