Hemelvaart volgens Jefferson

De hemelvaart van Jezus was volgens Jefferson een onzinnig element in de evangelieën. Jefferson liet de betreffende verzen dan ook buiten de selectie voor De Jefferson Bijbel. De tekst eindigt met Johannes 19:42 en Matteüs 27:60: ‘Daar legden zij Jezus, en rolden een grote steen voor de ingang van de graftombe, en vertrokken.’

In 1819 schreef Jefferson hierover een brief aan William Short. Short was Jeffersons secretaris in Frankrijk geweest en werd later ambassadeur in Nederland. Jefferson was erg op hem gesteld en zag hem als een zoon. Ze schreven over Epicurus en Jezus, en Jefferson verklapte Short dat hij al een tijdje van plan was om een gedegen vergelijking te maken tussen Jezus en de klassieke filosofen.

Over Jezus schreef Jefferson aan Short deze beroemde woorden:

[T]he greatest of all the reformers of the depraved religion of his own country, was Jesus of Nazareth. Abstracting what is really his from the rubbish in which it is buried, easily distinguished by its lustre from the dross of his biographers, and as separable from that as the diamond from the dunghill, we have the outlines of a system of the most sublime morality which has ever fallen from the lips of man […]

De ‘rommel’ en ‘mesthopen’ die verwijderd moesten worden waren onder andere de verzonnen bovenmenselijke kwaliteiten van Jezus. Die verzinselen waren volgens Jefferson:

The immaculate conception of Jesus, his deification, the creation of the world by him, his miraculous powers, his resurrection and visible ascension, his corporeal presence in the Eucharist, the Trinity […]

Kortom, voor Jefferson was Jezus een groot hervormer met een sublieme moraal, maar geen goddelijke figuur. Jezus was volgens hem niet de schepper van de aarde, stond niet op uit de dood en van een hemelvaart was zeker geen sprake geweest.

hemelvaart 2